EKV – 12 mei – derde docentenworkshop

Beknopt verslag van de derde bijeenkomst

door Sander Jongen, theoriedocent en studieloopbaanbegeleider Beeldende Kunst (BA) AKV|St.Joost

WS3_Autonomie_Strook_1

Het thema van de derde docentenworkshop is onderzoek. In de introductie maakt lector Michel van Dartel duidelijk dat dit thema in de dagelijkse onderwijspraktijk veel voorkomt; maar wat betekent het nu eigenlijk binnen de hogeschool? In allerlei domeinen vindt er continue discussie plaats over wat goed onderzoek is en wordt er steeds geëvalueerd hoe het beter kan. Met deze bijeenkomst op donderdag 12 mei 2016 beogen de organisatoren van het EKV dan ook zeker geen consensus te bereiken over wat onderzoek binnen de hogeschool is, of zou moeten zijn, maar willen zij juist de verschillende opvattingen rond onderzoek expliciet maken zodat we binnen onze onderzoeksgemeenschap van elkaar weten welke opvattingen er bestaan.

WS3_Autonomie_Strook_2_AQ

Annemarie Quispel, theoriedocent bij AKV, OiO en promovendus aan Universiteit van Tilburg, geeft een uiteenzetting over de vragen die rond het thema onderzoek spelen. Zo woedt er al jarenlang een discussie over wat onderzoek in het HBO zou moeten zijn en worden er allerlei verschillende definities gehanteerd in het beleid van Avans, door de universitaire wereld, door de docenten en spelen er weer geheel andere aannames over onderzoek bij de studenten.

Voor deze middag introduceert Annemarie een paar centrale vragen, zoals: Wat is onderzoek? Hoe kun je onderzoekend vermogen bij studenten ontwikkelen? Wat is de rol van het lectoraatsonderzoek in het onderwijs? En wat zijn de ambities binnen het onderzoekend vermogen van de studenten? Een doel van onderzoek binnen het onderwijs kan zijn om het maakproces van de student, dat vaak een impliciete en intuïtieve aangelegenheid is, explicieter te maken. Het onderzoekend vermogen geeft dan structuur aan het maakproces, kan verdieping bieden en makers richting nieuwe thematiek doen bewegen. Maar er is ook een beperking aan wat we onderzoek kunnen noemen, want ‘verkenning’ en ‘nieuwsgierigheid’ zijn simpelweg onderdelen van het studeren en niet noodzakelijk ook onderzoek.

De verschillende vragen die Annemarie uiteenzet, worden met het publiek besproken. Bij de vraag hoe het onderzoekend vermogen bij de student ontwikkeld kan worden, wordt er opgemerkt dat Ann Van Der Auweraert in een eerdere bijeenkomst een metafoor heeft gebruikt rond de verhouding van wetenschappelijk en artistiek onderzoek. De wetenschapper / specialist graaft een specifieke kuil in de horizon van onderwerpen en doet dat zeer grondig en vele meters diep. De vormgever of kunstenaar is vaak geïnteresseerd om meerdere kuilen in de horizon te graven, die niet per se heel diep hoeven te zijn maar wel verschillende perspectieven op de thematiek geven. Iemand anders geeft aan dat onderzoek binnen de kunsten natuurlijk ook specialistisch kan zijn en wetenschappelijk onderzoek juist meer generiek.

Nog iemand uit het publiek geeft aan dat het HBO op zoek moet gaan naar een eigen definitie van onderzoek. Het HBO onderwijs zou zich juist niet moeten willen spiegelen aan het WO en heeft haar metier. Het goede en leuke van het HBO is dat naast het hoge theoretische niveau van het onderzoek, er altijd een praktische referentie aan gekoppeld is. Daarin zijn universiteiten en hogescholen complementair aan elkaar.

Hoe worden docenten en studenten bij het onderzoek van het lectoraat betrokken? De lectoren lichten toe dat er een aantal bijeenkomsten met de kenniskring en geïnteresseerde docenten worden georganiseerd. Studenten worden bij bijna alle onderzoeken binnen het lectoraat betrokken. Daarnaast denken de lectoren veelvuldig mee in visievorming en curriculumvernieuwing binnen de opleidingen en is er een nieuwe minor in ontwikkeling waarin lectoraatsonderzoek een belangrijk element vormt.

WS3_Autonomie_Strook_3_Eke

Vervolgens presenteren enkele onderzoekers van het lectoraat kort hun onderzoeksopzet en ontstaat er een dialoog met het publiek. Als eerste vertelt Eke Rebergen, docent en aankomend opleidingscoördinator bij CMD in Den Bosch, dat zijn onderzoeksvraag gericht is op de rol van autonomie in de ontwerppraktijk. Binnen de ontwerppraktijk is er altijd een gebied dat geen overlap heeft met wat vanuit de opdrachtgever wordt gewenst of geëist, maar waar wel nieuwe dingen ontstaan die van belang zijn voor de beroepscontext van de ontwerper. Eke refereert daarvoor bijvoorbeeld aan Adolf Loos, wiens teksten veel aanknopingspunten bieden om over specifieke opvattingen van autonomie voor de ontwerppraktijk na te denken. Het lectoraatsonderzoek van Eke is drieledig in opzet; een deel bestaat uit literatuurstudie, een deel uit uitdagingen en principes en binnen een derde deel worden voorbeeldcases met studenten verkend.

Uit het publiek komt de vraag waarom Eke het lectoraat nodig heeft? Zou hij dit onderzoek niet sowieso gedaan hebben? Eke antwoordt dat het lectoraatsonderzoek hem meer ruimte en vocabulaire bieden om deze thematiek binnen zijn onderwijspraktijk te ontwikkelen en hier opleidingsoverstijgend verdere verdieping en versterking te zoeken.

.WS3_Autonomie_Strook_4_Philippine

The Self as Infrastructure in Process is het centrale onderwerp van het onderzoek van Philippine Hoegen, docent aan AKV|St. Joost. Haar eigen performances zijn de basis voor het onderzoek, waarmee theoretische, praktische en discursieve vraagstukken rond ‘personhood’ worden verkend. Met dat laatste onderdeel wil ze studenten betrekken bij het doen van ‘performatief onderzoek’. Wat verstaan we onder ‘Self’ en wat is artistiek onderzoek naar die ‘Self’? De structuur van de academie gebruikt Philippine voor haar onderzoek, maar haar onderzoek maakt geen onderdeel uit van het curriculum, zodat het onderwerp non-hiërarchisch, en vanuit eigen vragen van de student kan worden opgezet. Er worden deelvragen getackeld door studenten zodat de student leert om een eigen methodiek te ontwikkelen.

Ook Philippine wordt de vraag gesteld of ze niet sowieso dit onderzoek zou hebben gedaan als het lectoraat er niet was? Nee, want het onderzoek is geen onderdeel van het lesprogramma. Daarnaast biedt de structuur van het lectoraat haar de mogelijkheid om een fotografiestudent als stagiaire nauw te betrekken bij de opzet van het onderzoek om zo de geïnteresseerde studenten goed te kunnen benaderen. Mensen uit het publiek vinden de methodiek interessant omdat het studenten in korte projecten de mogelijkheid geeft om deelvragen aan te pakken. Philippine wil beter begrijpen hoe je kennis kunt duiden die voortkomt uit dit type onderzoek.

WS3_Autonomie_Strook_6_Martine

Martine Stig, docent aan de Masteropleiding van AKV|St. Joost, heeft haar onderzoek “Vertigo” genoemd. Het is enerzijds een historische literatuurstudie; anderzijds richt haar onderzoek zich op haar eigen fotografiepraktijk. De dominantie van de ‘blik van boven’ staat centraal en hoe dit perspectief onze beeldcultuur beïnvloedt. De eerste plattegronden van vijfhonderd jaar geleden werden gemaakt met een imaginair oog van boven. Met de ontwikkeling van de luchtvaart voegde het lichaam zich bij dit oog, om er zich in de meest recente technologische ontwikkelingen weer aan te onttrekken. Denk hierbij aan drones zoals gebruikt in de Golfoorlog. Martine ontwikkelt een methode om een beeld van boven en van voren te laten samenvallen en bevraagt daarbij begrippen als ‘afstand’ en ‘alternatieve realiteit’.

Er wordt opgemerkt dat in de filosofie de blik van boven gelijk staat aan het objectieve, het onbelichaamde. Wat is je methode om juist dat subjectieve en belichaamde in dit perspectief te realiseren? Dat moet gebeuren door het beeldende onderzoek als fotograaf. Nog iemand uit het publiek merkt op dat de panoptische blik van Google ook gelijk staat aan macht, er is geen terugkijken mogelijk. Is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Martine geeft aan dat dat op dit moment nog niet het geval is, maar wellicht komt dat in een later stadium aan bod.

WS3_Autonomie_Strook_7_MarcelWander

Marcel van Brakel en Wander Eijkelboom, beide docenten aan de opleiding CMD in Breda, gaan onderzoek doen voor hun artistieke project Synaptic Theatre door middel van een ‘Sensorial Body Research Lab’. Zij willen als ontwerpers de hersenen zelf als medium gaan gebruiken, om verhalen te vertellen door gedachten te manipuleren. In het verleden hebben ze een project Sense of Smell ontwikkeld, waarin geur als communicatiemiddel diende, en bijvoorbeeld Kadafi’s laatste minuten herbeleefd konden worden. Personen ervaarden een fysieke ervaring waarbij het hele lichaam werd geactiveerd, terwijl er eigenlijk alleen met geuren werd gewerkt. Samen met universiteiten, medici en het Steunpunt Mensgebonden Onderzoek van Avans starten zij een methode om te kijken hoeveel controle je kunt hebben op het ontwerpen van via het stimuleren van het brein.

Er wordt opgemerkt dat het begrip ‘verhaal’ veel wordt gebruikt, maar wat wordt daaronder verstaan? Het gaat eigenlijk vooral om een ervaring of een beleving en hoe dat als medicijn kan werken doordat het een gebied aanspreekt waar je cognitief geen controle over hebt. Marcel en Wander willen op zoek gegaan naar de juiste ‘grammatica’ om een verhaal / ervaring / beleving te kunnen ontwikkelen door middel van geuren en hormonen. Er zijn allerlei interessante vragen die het voorstel opwerpt en dwarsverbanden die de moeite van het verkennen waard zijn.

WS3_Autonomie_Strook_5_Erik

Gebruikerschap is het thema van Erik Hagoort, docent aan de Masteropleiding van AKV|St.Joost, die onderzoekt hoe je daar onderzoek naar kunt doen. De publicatie Usership van Stephen Wright voor het van Abbe museum dient als uitgangspunt om het vocabulaire aan te vullen. Maar Erik is zich ook bewust van de glibberigheid van de term ‘gebruikerschap’ en stelt zich de vraag hoe je gebruikerschap serieus kunt onderzoeken? Er ontstaan zo een boel vragen, die hij samen met een achttal docenten, studenten en alumni wil gaan verkennen in vijf bijeenkomsten. Dit proces moet resulteren in een digitale publicatie en een publieke bijeenkomst. Er wordt geen theoretisch model ontwikkeld of op zoek gegaan naar definities door andere begrippen er tegenover te zetten, zoals Wright doet. Eigenlijk wil Erik onderzoek doen op gebruikschappelijke wijze; dat wil zeggen onderzoek om te gebruiken, het produceren van gebruikerschap, gebruikers die inhoud genereren (users generated content) en ga zo maar door.

Er wordt gevraagd of deze methode vergelijkbaar is met Open Source? Jazeker, zoals gezegd wordt het onderzoek niet ingezet om tot een theoretisch model te komen. Eerder zal sprake zijn van een performatief karakter tijdens de bijeenkomst, een beetje vergelijkbaar met de benadering van Philippine, waarop het gebruikerschap wordt benaderd. Een andere vraag is dat in het Engels het gebruik (Users) bijna uitsluitend geassocieerd wordt met drugs en technologie, is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Niet in eerste instantie, geeft Erik aan. Ook de historische ontwikkeling die iemand anders uit het publiek aanhaalt, vraagt waarschijnlijk meer tijd en blijft beperkt tot een vraag van een chronologie. Maar de verschuiving van gebruiker naar consument is zeker interessant.

De diversiteit aan onderzoeksvoorstellen laat zien dat er allerlei antwoorden mogelijk zijn op wat onderzoek kan zijn. Het blijkt waardevol om geïntroduceerd te worden aan de verschillende onderzoeken en deze gezamenlijk te voorzien van uitdagend en respectvol commentaar. Na de zomer worden de workshops voortgezet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s