EKV/AM – 10 nov – workshop Autonomie

Beknopt verslag van de bijeenkomst door Sebastian Olma

Dinsdag 10 november organiseerde het lectoraat Autonoom Maken de eerste van drie geplande workshopmiddagen Autonomy & Self-Governance. Er waren ruim 25 docenten aanwezig van de drie aan dit lectoraat deelnemende academies (AKV|St.Joost, CMD Breda en CMD Den Bosch). De motivatie voor de workshop kwam vanuit de gedachte dat het begrijp autonomie om een vernieuwde en actuele invulling vraagt. Waarbij die vernieuwing van het begrip ook een conceptueel platform zou kunnen bieden voor een wederzijds bevruchtende dialoog tussen de kunst- en ontwerpopleidingen van Avans Hogeschool.

beeldverslagworkshopautonomie_1

Gegeven de uiteenlopende interpretaties van het begrip autonomie – enerzijds binnen de kunsten en anderzijds tussen kunst- en ontwerppraktijken – zou men een dergelijke workshop gerust een gedurfde onderneming mogen noemen. Het staat of valt met de bereidheid van de deelnemers om met een open vizier naar elkaar te luisteren en te accepteren dat er verschillen zijn in de interpretatie omtrent de theorie en praktijk van autonomie. Mijn indruk als dagvoorzitter was dat deze basisvoorwaarden bij de deelnemers van de workshop in hoge mate aanwezig waren en dat we daardoor tot uiterst inspirerende discussies kwamen. We kwamen uiteraard niet in een middag tot een resultaat of einddoel, maar we zijn wel gezamenlijk op de goede weg.

Presentaties en discussies

Beeldende Kunst (AKV|St.Joost)

De middag begon met een presentatie van Rob Leijdekkers, docent bij de Beeldende Kunst opleiding (BK) van AKV|St.Joost. Rob presenteerde de tussentijdse opbrengst van het lopende discussieproces in het kader van de curriculumhervorming BK die in september 2016 in de opleiding geimplementeerd wordt. Volgens Rob (en zijn collega’s van de vernieuwings-commissie) is het noodzakelijk om afscheid te nemen van het idee dat artistieke autonomie vanuit een positie buiten de maatschappij bereikt kan worden. Tegelijkertijd verdient ook het romantische individualisme, het idee van de autonome kunstenaar die op zoek gaat naar zijn innerlijke essentie, een laatje in het historisch archief. De vraag is vervolgens: hoe geef je het begrip autonomie een nieuwe lading? Ofwel: hoe definieer je de specifieke bijdrage van de kunst aan de maatschappij?

In plaats van een poging een pudding aan de muur te spijkeren door autonomie direct te herdefiniëren hebben de BK-docenten een meerdimensionale strategie bedacht waarmee zij trachten het begrip autonomie pedagogisch te omcirkelen. Concreet hebben zij een aantal belangrijke dimensies benoemd van waaruit men naar een moderne vorm van autonoom kunstenaarschap toe kan werken. Onder andere gaat het om de algemene vaardigheid van de kunststudent om met haar/zijn werk een bewuste relatie met ‘de wereld’ aan te gaan; in staat te zijn om zich binnen de heersende kunstdiscoursen te positioneren; keuzes te kunnen maken ten opzichte van media en materialen; of ‘koppig’ genoeg te zijn om strategieën te kunnen ontwikkelen voor het artistiek herdefiniëren of herconstrueren van kunstvreemde processen en objecten. De implementatie van deze aanpak is gericht op een sensibilisering van de student die zich duidelijk onderscheidt van de benadering van autonomie in het klassieke kunstonderwijs.

Tijdens de discussie werd duidelijk dat er binnen Avans, maar ook binnen de kunstacademie waar dit gedachtengoed ontwikkeld wordt geen gebrek is aan levendig debat als het gaat om de ideale strategieën voor deze gewijzigde sensibilisering. Men is het er echter over eens dat de studenten de ruimte moeten krijgen om op de verschillende dimensies te kunnen experimenteren. En dat deze ruimte in het onderwijs zowel veilig als uitdagend voor hen moet zijn.

beeldverslagworkshopautonomie_2

CMD Den Bosch

Over het creëren van ruimte voor autonomie in het onderwijs ging ook de presentatie van Eke Rebergen, docent bij CMD Den Bosch. De vraag die meteen opkwam is in hoeverre autonomie en ontwerpen gerelateerde begrippen zijn. “Als ontwerpen begrepen wordt als het ‘oplossen van problemen’, dan lijkt het dus erop dat er niet echt behoefte is aan autonomie binnen de designpraktijk” stelde een van de deelnemers. Eke was het hier niet mee eens. Volgens hem is autonomie een onmisbaar element van elk ontwerpproces, waardoor autonomie dus ook in alle ontwerpopleidingen een plaats moet hebben. Hij pleitte ervoor om het autonome in de ontwerppraktijk te zoeken daar waar de identiteit van de ontwerper zichtbaar wordt: in het stukje waar de persoonlijke praktijk niet vorm wordt gegeven door opdrachtgedreven probleemstelling en criteria. De ruimte dus waar een ontwerper zijn eigen specifieke manier van “het oplossen van problemen” (esthetisch, procesmatig, politiek, etc.) toepast. Eke sloot zijn bijdrage af met drie leerzame voorbeelden vanuit zijn eigen praktijk als docent bij CMD Den Bosch waarin deze– misschien niet voor alle deelnemers voor de hand liggende – benadering van autonomie binnen het ontwerponderwijs werd zichtbaar gemaakt.

 

CMD Breda

Frederik Duerinck, docent bij CMD Breda trok de lijn uit Eke’s betoog door, maar probeerde nog sterker te laten zien hoe zijn opleiding beginnende studenten op de zoektocht naar hun eigen stem stuurt. Volgens Frederik is autonomie “een middel om authentiek te zijn”. En deze authenticiteit-scheppende autonomie wordt bij CMD Breda gewaarborgd door voor beginnende studenten behoorlijk strikte werkkaders te creëren. Er was zelfs sprake van “bootcamps” en “shock and awe” aanpak. Begrippen die naderhand voor een controversiële discussie zorgden. Echter; de essentie van deze (voor sommigen wat onvriendelijk benoemde) strategieën is dat binnen de opleiding duidelijke parameters geschapen worden waarin de beginnende student de ruimte krijgt om inhoudelijk te experimenteren. De vraag die ik me hierbij stel is of het mogelijk is om een verbinding te leggen naar het idee van autonomie als iets dat ook inhoudelijk kan (en moet) georganiseerd worden. We gaan – zo hoop ik – de discussie hierover voortzetten in een volgende workshop.

 

Vormgeving/ontwerpen (AKV|St.Joost)

De laatste presentatie op deze workshopmiddag werd gegeven door Petr van Blokland, docent grafisch ontwerp zowel in het Bachelor- als in het Masterprogramma aan AKV|St.Joost. Zijn bijzondere aanpak in autonomie in onderwijs is programmatisch in de ware zin des woords: voor Petr is autonomie verbonden met de vraag van het vinden van het juiste algoritme voor het relevante creatieve proces. Hij is voorstander van een procesmatig besef van ontwerpen en gaat ervan uit dat elk creatief proces als een traject afgebeeld kan worden dat – gegeven het juiste abstractieniveau – dezelfde stappen moet doorlopen. “Het gedeelte van je proces, dat aan het programma of het algoritme ontsnapt is waar de autonomie ligt,” zegt Petr en hoewel ik hem heel graag wil geloven snap ik het nog niet helemaal. Uiteraard ligt dit helemaal aan mij: ik zie algoritmes en autonomie nu nog als een soort natuurlijke vijanden, wat natuurlijk helemaal niet het geval hoeft te zijn. Ik hoop dat ik er toch nog kom – misschien met de hulp van het juiste algoritme… Wat ik trouwens wel snapte was Petr’s verwijzing naar het verschil tussen BA en MA studenten ten opzichte van autonomie. Hoewel je als docent de eerste groep moet steunen bij het vinden van hun positie, pad en (in zekere zin) doel kan je bij de tweede meer optreden als een stoorfactor. Ook dit lijkt me een uiterst interessante opmerking vooral in relatie tot de uitspraken van Rob Leijdekkers en Frederick Duerinck…

beeldverslagworkshopautonomie_3

Discussietafels

Aan het einde van de dag gingen de verschillende docentengroepen per academie in overleg om te bespreken in hoeverre de gegeven presentaties en discussies invloed hadden op hun eigen besef van autonomie en wat er van andere opleidingen geleerd kon worden. De gespreksresultaten van de verschillende tafels zijn door deelnemer Geert Gooskens verzameld en opgetekend:

 

Beeldende Kunst (AKV|St.Joost)

De opleiding pleit voor een strenger begripsgebruik: men wil authenticiteit, autonomie en creativiteit los van elkaar definiëren.

Geleerd van andere opleidingen:

  • Autonomie als onderwijsvorm: niet alleen reageren op wat wordt gevraagd maar eigen benaderingswijze en eigen voorwaarden bepalen.
  • Jezelf bevragen is belangrijk: aannames aanscherpen door vragen als “How do you know?”.
  • “Verstoring” als prikkelend begrip. Blikveld van studenten verruimen door ideeën en aannames waarmee ze binnenkomen onder druk te zetten.
  • Mogelijke valkuil is: “Ik, de docent, weet wat goed voor jullie is.” (Wat dan weer haaks staat op het idee dat de student autonoom mag zijn.).

CMD Breda

Vier stellingen:

  • Autonomie is te trainen.
  • Curriculum moet gericht zijn op reflectie op eigen processen en methodes.
  • Differentiëren in het curriculum, zodat je niet allemaal dezelfde mensen aflevert. Hier zit een spanning. Onderwijs organiseren is structuren optuigen waarin studenten terecht komen. Kun je een structuur optuigen die de student autonoom maakt? Of is dit een contradictio in termini? Er lijkt een spanning tussen onderwijs als gestructureerd, georganiseerd gegeven en ruimte geven voor het ontstaan van autonomie.
  • Bachelors moeten zichzelf uitvinden. Masters ontwikkelen modellen die het beroep vooruit helpen.

CMD Den Bosch

  • Behoefte aan verheldering van begrippen voordat we kunnen inschatten of autonomie voor onze opleiding van waarde is. Interne discussie bleef daardoor hangen in definities.
  • Oplossing voor deze impasse: bottom-up werken → observeren wat we in de praxis van studenten als autonoom beschouwen en ze dat ook voor zichzelf laten ontdekken. Voor de één is autonomie een eigen visuele stijl ontwikkelen, voor de ander ingaan tegen dominante culturele waarden.

Vormgeving/ontwerpen (AKV|St.Joost)

  • Autonomiebegrip: de ontwerpopleidingen (grafisch ontwerpen., fotografie, illustratie, ruimtelijk ontwerp, etc.) willen niet één autonomiebegrip, maar roepen wel op tot strenger gebruik van de begrippen. Niets als doel op zich, maar om ook in de praktijk de juiste vragen aan studenten te kunnen stellen en het begrip autonomie in te kunnen zetten zonder het uit te hollen.
  • Toekomstgericht: autonome student opleiden die niet alleen nu kan functioneren, maar zich ook kan redden in een toekomst die er qua technologie en markt anders uitziet.

Een tweede bijeenkomst

Op dinsdag 2 februari 2016 staat een vervolgbijeenkomst gepland. Die zal enerzijds worden ingevuld door voort te bouwen op verzamelde inzichten en discussiepunten. Maar vertrekpunt van deze tweede middag is het inbrengen van een nieuw element in de discussie rondom autonomie. Het hoofdthema is daarom relatie tussen technologie & autonomie. We leggen daarbij ook een verbinding met het tweede EKV-lectoraat Mensgericht Creëren en nodigen lector Michel van Dartel erbij uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s