EKV – 12 mei – derde docentenworkshop

augustus 29, 2016

Beknopt verslag van de derde bijeenkomst

door Sander Jongen, theoriedocent en studieloopbaanbegeleider Beeldende Kunst (BA) AKV|St.Joost

WS3_Autonomie_Strook_1

Het thema van de derde docentenworkshop is onderzoek. In de introductie maakt lector Michel van Dartel duidelijk dat dit thema in de dagelijkse onderwijspraktijk veel voorkomt; maar wat betekent het nu eigenlijk binnen de hogeschool? In allerlei domeinen vindt er continue discussie plaats over wat goed onderzoek is en wordt er steeds geëvalueerd hoe het beter kan. Met deze bijeenkomst op donderdag 12 mei 2016 beogen de organisatoren van het EKV dan ook zeker geen consensus te bereiken over wat onderzoek binnen de hogeschool is, of zou moeten zijn, maar willen zij juist de verschillende opvattingen rond onderzoek expliciet maken zodat we binnen onze onderzoeksgemeenschap van elkaar weten welke opvattingen er bestaan.

WS3_Autonomie_Strook_2_AQ

Annemarie Quispel, theoriedocent bij AKV, OiO en promovendus aan Universiteit van Tilburg, geeft een uiteenzetting over de vragen die rond het thema onderzoek spelen. Zo woedt er al jarenlang een discussie over wat onderzoek in het HBO zou moeten zijn en worden er allerlei verschillende definities gehanteerd in het beleid van Avans, door de universitaire wereld, door de docenten en spelen er weer geheel andere aannames over onderzoek bij de studenten.

Voor deze middag introduceert Annemarie een paar centrale vragen, zoals: Wat is onderzoek? Hoe kun je onderzoekend vermogen bij studenten ontwikkelen? Wat is de rol van het lectoraatsonderzoek in het onderwijs? En wat zijn de ambities binnen het onderzoekend vermogen van de studenten? Een doel van onderzoek binnen het onderwijs kan zijn om het maakproces van de student, dat vaak een impliciete en intuïtieve aangelegenheid is, explicieter te maken. Het onderzoekend vermogen geeft dan structuur aan het maakproces, kan verdieping bieden en makers richting nieuwe thematiek doen bewegen. Maar er is ook een beperking aan wat we onderzoek kunnen noemen, want ‘verkenning’ en ‘nieuwsgierigheid’ zijn simpelweg onderdelen van het studeren en niet noodzakelijk ook onderzoek.

De verschillende vragen die Annemarie uiteenzet, worden met het publiek besproken. Bij de vraag hoe het onderzoekend vermogen bij de student ontwikkeld kan worden, wordt er opgemerkt dat Ann Van Der Auweraert in een eerdere bijeenkomst een metafoor heeft gebruikt rond de verhouding van wetenschappelijk en artistiek onderzoek. De wetenschapper / specialist graaft een specifieke kuil in de horizon van onderwerpen en doet dat zeer grondig en vele meters diep. De vormgever of kunstenaar is vaak geïnteresseerd om meerdere kuilen in de horizon te graven, die niet per se heel diep hoeven te zijn maar wel verschillende perspectieven op de thematiek geven. Iemand anders geeft aan dat onderzoek binnen de kunsten natuurlijk ook specialistisch kan zijn en wetenschappelijk onderzoek juist meer generiek.

Nog iemand uit het publiek geeft aan dat het HBO op zoek moet gaan naar een eigen definitie van onderzoek. Het HBO onderwijs zou zich juist niet moeten willen spiegelen aan het WO en heeft haar metier. Het goede en leuke van het HBO is dat naast het hoge theoretische niveau van het onderzoek, er altijd een praktische referentie aan gekoppeld is. Daarin zijn universiteiten en hogescholen complementair aan elkaar.

Hoe worden docenten en studenten bij het onderzoek van het lectoraat betrokken? De lectoren lichten toe dat er een aantal bijeenkomsten met de kenniskring en geïnteresseerde docenten worden georganiseerd. Studenten worden bij bijna alle onderzoeken binnen het lectoraat betrokken. Daarnaast denken de lectoren veelvuldig mee in visievorming en curriculumvernieuwing binnen de opleidingen en is er een nieuwe minor in ontwikkeling waarin lectoraatsonderzoek een belangrijk element vormt.

WS3_Autonomie_Strook_3_Eke

Vervolgens presenteren enkele onderzoekers van het lectoraat kort hun onderzoeksopzet en ontstaat er een dialoog met het publiek. Als eerste vertelt Eke Rebergen, docent en aankomend opleidingscoördinator bij CMD in Den Bosch, dat zijn onderzoeksvraag gericht is op de rol van autonomie in de ontwerppraktijk. Binnen de ontwerppraktijk is er altijd een gebied dat geen overlap heeft met wat vanuit de opdrachtgever wordt gewenst of geëist, maar waar wel nieuwe dingen ontstaan die van belang zijn voor de beroepscontext van de ontwerper. Eke refereert daarvoor bijvoorbeeld aan Adolf Loos, wiens teksten veel aanknopingspunten bieden om over specifieke opvattingen van autonomie voor de ontwerppraktijk na te denken. Het lectoraatsonderzoek van Eke is drieledig in opzet; een deel bestaat uit literatuurstudie, een deel uit uitdagingen en principes en binnen een derde deel worden voorbeeldcases met studenten verkend.

Uit het publiek komt de vraag waarom Eke het lectoraat nodig heeft? Zou hij dit onderzoek niet sowieso gedaan hebben? Eke antwoordt dat het lectoraatsonderzoek hem meer ruimte en vocabulaire bieden om deze thematiek binnen zijn onderwijspraktijk te ontwikkelen en hier opleidingsoverstijgend verdere verdieping en versterking te zoeken.

.WS3_Autonomie_Strook_4_Philippine

The Self as Infrastructure in Process is het centrale onderwerp van het onderzoek van Philippine Hoegen, docent aan AKV|St. Joost. Haar eigen performances zijn de basis voor het onderzoek, waarmee theoretische, praktische en discursieve vraagstukken rond ‘personhood’ worden verkend. Met dat laatste onderdeel wil ze studenten betrekken bij het doen van ‘performatief onderzoek’. Wat verstaan we onder ‘Self’ en wat is artistiek onderzoek naar die ‘Self’? De structuur van de academie gebruikt Philippine voor haar onderzoek, maar haar onderzoek maakt geen onderdeel uit van het curriculum, zodat het onderwerp non-hiërarchisch, en vanuit eigen vragen van de student kan worden opgezet. Er worden deelvragen getackeld door studenten zodat de student leert om een eigen methodiek te ontwikkelen.

Ook Philippine wordt de vraag gesteld of ze niet sowieso dit onderzoek zou hebben gedaan als het lectoraat er niet was? Nee, want het onderzoek is geen onderdeel van het lesprogramma. Daarnaast biedt de structuur van het lectoraat haar de mogelijkheid om een fotografiestudent als stagiaire nauw te betrekken bij de opzet van het onderzoek om zo de geïnteresseerde studenten goed te kunnen benaderen. Mensen uit het publiek vinden de methodiek interessant omdat het studenten in korte projecten de mogelijkheid geeft om deelvragen aan te pakken. Philippine wil beter begrijpen hoe je kennis kunt duiden die voortkomt uit dit type onderzoek.

WS3_Autonomie_Strook_6_Martine

Martine Stig, docent aan de Masteropleiding van AKV|St. Joost, heeft haar onderzoek “Vertigo” genoemd. Het is enerzijds een historische literatuurstudie; anderzijds richt haar onderzoek zich op haar eigen fotografiepraktijk. De dominantie van de ‘blik van boven’ staat centraal en hoe dit perspectief onze beeldcultuur beïnvloedt. De eerste plattegronden van vijfhonderd jaar geleden werden gemaakt met een imaginair oog van boven. Met de ontwikkeling van de luchtvaart voegde het lichaam zich bij dit oog, om er zich in de meest recente technologische ontwikkelingen weer aan te onttrekken. Denk hierbij aan drones zoals gebruikt in de Golfoorlog. Martine ontwikkelt een methode om een beeld van boven en van voren te laten samenvallen en bevraagt daarbij begrippen als ‘afstand’ en ‘alternatieve realiteit’.

Er wordt opgemerkt dat in de filosofie de blik van boven gelijk staat aan het objectieve, het onbelichaamde. Wat is je methode om juist dat subjectieve en belichaamde in dit perspectief te realiseren? Dat moet gebeuren door het beeldende onderzoek als fotograaf. Nog iemand uit het publiek merkt op dat de panoptische blik van Google ook gelijk staat aan macht, er is geen terugkijken mogelijk. Is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Martine geeft aan dat dat op dit moment nog niet het geval is, maar wellicht komt dat in een later stadium aan bod.

WS3_Autonomie_Strook_7_MarcelWander

Marcel van Brakel en Wander Eijkelboom, beide docenten aan de opleiding CMD in Breda, gaan onderzoek doen voor hun artistieke project Synaptic Theatre door middel van een ‘Sensorial Body Research Lab’. Zij willen als ontwerpers de hersenen zelf als medium gaan gebruiken, om verhalen te vertellen door gedachten te manipuleren. In het verleden hebben ze een project Sense of Smell ontwikkeld, waarin geur als communicatiemiddel diende, en bijvoorbeeld Kadafi’s laatste minuten herbeleefd konden worden. Personen ervaarden een fysieke ervaring waarbij het hele lichaam werd geactiveerd, terwijl er eigenlijk alleen met geuren werd gewerkt. Samen met universiteiten, medici en het Steunpunt Mensgebonden Onderzoek van Avans starten zij een methode om te kijken hoeveel controle je kunt hebben op het ontwerpen van via het stimuleren van het brein.

Er wordt opgemerkt dat het begrip ‘verhaal’ veel wordt gebruikt, maar wat wordt daaronder verstaan? Het gaat eigenlijk vooral om een ervaring of een beleving en hoe dat als medicijn kan werken doordat het een gebied aanspreekt waar je cognitief geen controle over hebt. Marcel en Wander willen op zoek gegaan naar de juiste ‘grammatica’ om een verhaal / ervaring / beleving te kunnen ontwikkelen door middel van geuren en hormonen. Er zijn allerlei interessante vragen die het voorstel opwerpt en dwarsverbanden die de moeite van het verkennen waard zijn.

WS3_Autonomie_Strook_5_Erik

Gebruikerschap is het thema van Erik Hagoort, docent aan de Masteropleiding van AKV|St.Joost, die onderzoekt hoe je daar onderzoek naar kunt doen. De publicatie Usership van Stephen Wright voor het van Abbe museum dient als uitgangspunt om het vocabulaire aan te vullen. Maar Erik is zich ook bewust van de glibberigheid van de term ‘gebruikerschap’ en stelt zich de vraag hoe je gebruikerschap serieus kunt onderzoeken? Er ontstaan zo een boel vragen, die hij samen met een achttal docenten, studenten en alumni wil gaan verkennen in vijf bijeenkomsten. Dit proces moet resulteren in een digitale publicatie en een publieke bijeenkomst. Er wordt geen theoretisch model ontwikkeld of op zoek gegaan naar definities door andere begrippen er tegenover te zetten, zoals Wright doet. Eigenlijk wil Erik onderzoek doen op gebruikschappelijke wijze; dat wil zeggen onderzoek om te gebruiken, het produceren van gebruikerschap, gebruikers die inhoud genereren (users generated content) en ga zo maar door.

Er wordt gevraagd of deze methode vergelijkbaar is met Open Source? Jazeker, zoals gezegd wordt het onderzoek niet ingezet om tot een theoretisch model te komen. Eerder zal sprake zijn van een performatief karakter tijdens de bijeenkomst, een beetje vergelijkbaar met de benadering van Philippine, waarop het gebruikerschap wordt benaderd. Een andere vraag is dat in het Engels het gebruik (Users) bijna uitsluitend geassocieerd wordt met drugs en technologie, is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Niet in eerste instantie, geeft Erik aan. Ook de historische ontwikkeling die iemand anders uit het publiek aanhaalt, vraagt waarschijnlijk meer tijd en blijft beperkt tot een vraag van een chronologie. Maar de verschuiving van gebruiker naar consument is zeker interessant.

De diversiteit aan onderzoeksvoorstellen laat zien dat er allerlei antwoorden mogelijk zijn op wat onderzoek kan zijn. Het blijkt waardevol om geïntroduceerd te worden aan de verschillende onderzoeken en deze gezamenlijk te voorzien van uitdagend en respectvol commentaar. Na de zomer worden de workshops voortgezet.


EKV – PhD thesis Annemarie Quispel

mei 27, 2016

DFA_AQ_coverimage

Data for all. How professionals and non-professionals in design use and evaluate information visualizations
PhD Thesis – Annemarie Quispel
Tilburg University / Avans University of Applied Sciences, 2016

Thus far, the study of Information visualization mostly focused on visualizations allowing an accurate and efficient reading of data. Numerous studies have investigated features that enhance their effectiveness. Far less is known about what makes a ‘good’ information visualization for a broad audience. What criteria do designers use for such visualizations? To what extent do they consider adequacy, understandability, and attractiveness important? And what is the effect of using novel visualization techniques and pictorial elements on their understandability and attractiveness? Similarly, little is known about the way the general public understands and appreciates these visualizations. To what extent do they share opinions with the designers about the importance of clarity and attractiveness, and about what makes a visualization attractive?
This is what this thesis is about: information visualizations for a broad audience: how are they produced, understood, and evaluated by their pro­ducers, design experts, and by their audience, laypeople in design? What are the main criteria, and (how) do these criteria differ for designers and lay­people? The visualizations we focus on differ in degrees of abstractness, with a main focus on the visualization of abstract graphs, visualizing quantities. In the remainder of this chapter we first discuss the societal and theoretical relevance of the thesis. Subsequently, we describe the methods we used and introduce the studies that are described in the remaining chapters.

In this thesis, we address four research questions regarding data visualizations for a broad audience:
1 What is the importance of functional and aesthetic criteria in judging visualizations?
2 What makes popular information visualizations attractive?
3 What makes information visualizations usable?
4 How do designers and laypeople differ in their understanding and aesthetic preferences?
In this section we discuss the societal relevance of this research.

Investigating information visualization is relevant for a number of reasons, which are discussed more elaborately below: enormous amounts of data need to be visualized for the general public; there is a lack of knowledge about the way ‘popular’ visualizations are understood and appreciated; information design and designers are increasingly important, but little is known about design practice. Gaining more insight into information visualization would be beneficial for design education and practice, and, eventually, the general public.

People are facing massive amounts of information every day. Architect and graphic designer Richard Saul Wurman (2012) states that much of this infor­mation concerns raw data that somehow need to be transformed to become meaningful information. Data have become widely available, thanks to rapid developments in information technology, but also thanks to journalists and bloggers demanding freedom of data, and to governments striving for trans­parency, as data journalist Simon Rogers of The Guardian describes (2012). For example, Barack Obama opened a portal for government data in 2009, offering public access to over 188.989 data sets (www.data.gov) about business, education, climate, health, et cetera. This initiative has been followed by several other countries, including the UK. For example, the national newspaper The Guardian offers the full datasets behind its news stories, which attract a million page impressions a month.

Much of the data that we are bombarded with can best be understood by visualizing them (Yau, 2011). This is being done by an increasing number of designers, including many experts in graphic design. The term ‘graphic design’ refers to both the act and the final product of conceiving, planning, selecting, organizing and shaping a series of elements – usually a combination of text and images – for the creation and presentation of visual communication (Frascara, 2004). The term ‘graphic’ in graphic design refers to the printing techniques used to produce and distribute products such as books, magazines, news­papers and posters, but graphic design also encompasses a wide range of activities and products typical for the ‘digital age’, like the design of websites, apps, and information visualization. We see a growing number of information visualizations being published in mass media. We also see a growing variation of such visualizations. Designers, whose job is the ‘conception and realization of new things’ (Cross, 1982), do not confine themselves to conventional visualization techniques (e.g. bar and pie graphs), but develop novel ways of visualizing information (as in Figure 3). The question then arises to what extent these novel types of information visualizations are understood and appreciated by their audience of laypeople. What makes them effective for everyday tasks to be performed by a broad, non-expert audience, such as assessing which political party has won the elections, or judging how many more refugees are going to be allowed in the EU compared to a year before, as in Figure 1? Gaining insight into the way these visualizations are understood and appreciated by their audience would be beneficial for designers and, eventually, for their audience.

Little is known about designers’ ways of working. Designers have a great deal of responsibility in the way information is visualized to inform a general audience about, and to engage them in developments that affect their life and society. Moreover, design has become a significant economic sector. According to the Dutch central bureau of statistics (CBS) there are about 47.000 registered designers in the Netherlands in 2007, about half of whom received design education, mostly in graphic design. Unlike scientists, graphic designers are not used to document their ways of working. The graphic design field lacks a self-definition that can support and integrate research (Storkerson, 2006). Further, designers are used to work on the basis of intuition and experience, rather than explicit knowledge (Polanyi, 1966; Cross, 1982; Schön, 1983). Designers, just like most other professional practitioners, are not used to explicitly document their methods and professional practice. As Friedman (2003) states, designers could benefit from the insights that studies into the graphic design practice can provide, as these could enable them to move from solving one unique case after another to broader explanatory principles and solutions for similar kinds of problems.

This thesis contributes to a better understanding of the designers’ practices, of the quality criteria used by designers and their audiences, and of design characteristics determining the usability and attractiveness of such information visualizations.

Download: PDF-version of thesis Data for All

For further questions, to contact Annemarie Quispel or to order the printed publication:

Email the Expertcentre EKV or call the EKV-office: Wilma Diepens – +3188 5 257 370 (monday to wednesday).


EKV-related: MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS

mei 24, 2016

leadImage_large

MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS

A collection of essays by Douglas Coupland. Edited and with foreword by EKV-lector Michel van Dartel.

The future is no longer the distant, mythical condition it once was to us. Technology has placed it at our fingertips. It wasn’t so long ago that we marveled at devices that could tell us where we were at that exact moment; it became odd when they recently began to tell us where we would soon be. The most important issue, however, might not be whether a future coproduced and made readily available to us by technology is good or bad, but rather how we want to relate to it as human beings.

The three essays by Douglas Coupland collected in this volume address this question and describe how the technological advances that are currently radically revising our notion of the future are shaping us as much as we are shaping them.

MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS is now available in the V2_Webshop.


EKV-related: IBA Campus 2016

april 22, 2016

(6) Speisesaal 2008 (FOTO Dötsch LRA Apolda UDB)

Eiermannbau, Apolda, BRD

After 22 years of disuse, it is time to give this special monument of industrial modernism a proper purpose. Not just one good idea is needed but the ideas and imagination of many.

The new annual IBA Campus brings together experts from different disciplines and nationalities as a temporary international collective. Each year, Internationale Bauausstelling (IBA) will work together on an IBA project location in Thüringen. In 2016, the IBA Campus will focus on and be based in the Eiermannbau in Apolda. The results will be presented as part of the IBA LeerGut Conference on 30 June 2016.

In 2016, IBA will be awarding scholarships to twelve participants. Be part of the IBA process and join in shaping the future of Thüringen. Students and graduates from the fields of art, design, architecture, urban planning and economics are welcome to apply, as are lateral thinkers from other disciplines interested in taking part in a real-world experiment. Join us in reactivating the Eiermannbau for Apolda.

Team 2016

René Hartmann, Wüstenrot Stiftung Andreas Krüger, Belius Stiftung Christof Mayer, Raumlabor Berlin und others …

More info: IBACampus_Aufruf

Foto: Speisesaal 2008, Dötsch LRA Apolda UDB


EKV-related: De geassembleerde mens door Joke Robaard en Camiel van Winkel

april 12, 2016

video+still+Assemblage+1

De geassembleerde mens is een gezamenlijk project van Joke Robaard en Camiel van Winkel. De video-installatie Assemblage, is t/m 6 mei 2016 te zien op twee beeldschermen in de studiezaal van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Robaard werkte t/m 2009 als kenniskringlid in het lectoraat van Camiel van Winkel in Avans Hogeschool aan de publicatie van rechtsonder naar linksboven.  64 pagina’s leparello met een overzicht van ong 200 mode-advertenties geordend op thema’s en geanalyseerd.De geassembleerde mens kan worden gezien als een logisch vervolg op deze (nog steeds leverbare) publicatie.

Meer info: From lower right to upper left
Een interview met Joke Robaard en Camiel van Winkel

De videoinstallatie Assemblage is tot en met 6 mei op werkdagen te zien in de studiezaal van Het Nieuwe Instituut. Verder spreken Robaard en Van Winkel op het symposium Fashion and Philosophy, georganiseerd door Jacques Serrano en Marie-Aude Baronian, dat op 22 en 23 april plaatsvindt in Hotel Droog en aan de UvA.


EKV/AM – 17 april – Dérive Berlin

april 5, 2016

IMAD_poster

Residency
Dérive Berlin is a 2 months residency awarded by Belius Foundation Berlin in collaboration with the Research Centre for Art & Design (CAD), Avans University of Applied Sciences, Breda/Den Bosch. The award is granted twice annually; each time to one student currently enrolled in Avans University’s Art Academy St. Joost or in one of the Communication and Multimedia Design programs. Dérive Berlin honours excellent performance that – in the eyes of the selection committee – qualifies the candidate for the program.

Imad Gebrayel – selected to work in Berlin in March/April 2016

Through this residency, I would like to explore urban adaptation systems Berlin is organically generating as a reaction to the demographic change and the flow of refugees. Also, I am planning to work with these minorities on a process that expresses a lot of their everyday dynamics maximizing potentials for a fully inclusive citizenship.

IMAD_facebook

More info: https://www.facebook.com/mystoriesmyterms


EKV – 2 februari – tweede docentenworkshop

maart 30, 2016

Beknopt verslag van de tweede bijeenkomst

door Sander Jongen, theoriedocent en studieloopbaanbegeleider Beeldende Kunst (BA) AKV|St.Joost

 

PowerPoint Presentation

Autonomie <–> Technologie <–> Autonomie <–> Technologie 

“Welkom in de wondere wereld van de …” was een befaamde uitspraak van Chriet Titulaer, die ik samen met een collega in herinnering riep tijdens de pauze van de tweede bijeenkomst van de workshopreeks Autonomie & Self-Governance. Titulaer was in de jaren tachtig van de vorige eeuw het gezicht van het Huis van de Toekomst, waar hij in zijn televisieprogramma allerlei nieuwe snufjes op technologisch gebied toonde. De baard zonder snor en het Nederlands met Limburgs accent maakte van Titulaer een onvergetelijke persoonlijkheid en daarbij de wetenschappelijk ontwikkeling begrijpelijk voor ons gewone stervelingen.

Technologie in relatie tot autonomie is het thema van deze bijeenkomst, georganiseerd door de lectoren Sebastian Olma en Michel van Dartel. Sebastian Olma houdt een voordracht vanuit zijn onderzoeksterrein Autonoom Maken, Michel van Dartel vanuit zijn lectoraat Mensgericht Creëren. Na afloop is er ruimte voor een vraaggesprek en het bespreken van de situatie binnen het onderwijs.

Ter introductie vermeldt Sebastian Olma enkele ‘hangovers’ van de vorige bijeenkomst op 10 november 2015. Hij geeft aan dat op donderdag 12 mei de volgende workshop met als onderwerp ‘onderzoek’ wordt gehouden. Er is het voornemen om voor een langdurige periode deze workshops in het schooljaar te organiseren. Ondergetekende zal betrokken zijn bij de organisatie en inhoudelijke ontwikkeling. Daarnaast is er een blogverslag over de eerste workshop gepubliceerd door Sebastian Olma op deze website. Uw reactie op deze en voorgaande bijdrage is welkom.

weblog_beeldverslag 2e workshop_strook1a_2fotos

Sebastian Olma

Dan de inhoud. Sebastian start zijn lezing met “Die Frage der Technik”. Hij vraagt zich af waarom er nog steeds geworsteld wordt met de vraag van technologie. De technologie heeft altijd te maken gehad met het voorstellen van het mystieke. Maar als je bekijkt hoe de toekomstperspectieven inzichtelijk gemaakt worden, zijn deze eigenlijk lachwekkend. Denk maar eens aan het internet in de jaren negentig, de robotica (maar ook Chriet Titulaer). Het deed mij denken aan het academische principe van het verbeeldingstekort. Wij mensen zijn alleen in staat om een toekomstvisie te bedenken, bijvoorbeeld in science fiction, vanuit het beperkte kader dat we uit de huidige stand van zaken kunnen bedenken.

In het boek TechGnosis (1998) van Erik Davis, waarin de mythische kant van technologie wordt uitgelegd als voortkomend uit de ingrijpende invloed die technologie op ons leven heeft, krijgt de technologie een welhaast ontologische eigenschap, als wezenlijk onderdeel van ons menszijn. In de filosofie verwees Sebastian daarvoor naar de Griekse mythologie  van Prometheus en Epimetheus. Prometheus, de vooruitdenkende, was degene die het vuur en de vaardigheid voor techniek heeft gestolen van de Goden, omdat zijn broer Epimetheus, de achterafdenkende, alle eigenschappen aan de dieren had gegeven en toen de mens aan de beurt was, er niks meer te vergeven was. De mens is daarmee tegelijkertijd een technologisch én een gebrekkig wezen. Hij is een prothetisch wezen, omgeven van technologie als protheses, maar ook een pro-thetisch wezen dat door de technologie evolueert. De kunst der techniek is een essentie van de mens, het creëert een milieu om zich heen om de eigenschappen die het zelf niet heeft; het ont-wikkelen. Zoals de mens kan zorgen voor zijn interne organen zo moet de mens ook voor deze externe organen zorgen, waarmee Sebastian wil zeggen dat technologie zorg vergt.

weblog_beeldverslag 2e workshop_strook1b_2fotos

Michel van Dartel

Na deze inspirerende uiteenzetting gaf Michel van Dartel, lector mensgericht creëren, een andere bijzondere focus rond technologie en autonomie toegespitst op de mediakunst. Hij ziet een tegenstelling in technologie, gedefinieerd als iets bruikbaars, van de dingen en van nut. Daar tegenover staat de autonomie, gedefinieerd als onafhankelijk en zichzelf bedruipend. De mediakunst behelst deze spanning in zich en valt te beschouwen in drie categorieën: technologie als medium, als toekomst, en als realiteit.

Met voorbeelden uit de geschiedenis van V2_instituut voor instabiele media, doorloopt Michel de mogelijkheden en beperkingen van deze drie gedachtes. Duidelijk daarbij werd dat technologische ontwikkelingen doorheen de afgelopen twintig jaar een gevarieerde focus heeft. Staan in de beginjaren productie en innovatie hoofdzakelijk centraal, bij het professionaliseren van dit profiel blijkt de commerciële spin off onhaalbaar te zijn door gebrek aan de noodzakelijke structuren voor financieel gewin. De voorbeelden maken volgens Michel duidelijk dat de focus van instituten als V2 veel meer kan en moet liggen bij het geven van betekenis aan de technologische innovaties en het bewerkstelligen van een reflectie hierop.

Door de profielwijziging naar Center for Artistic Expertise kreeg het instituut V2 andere vragen en interesses van kunstenaars en ontwerpers die het niet had verwacht. Michel zoomt in op het Institute for Human Activities, waarbij kunstenaar Renzo Martens Congolese plantage-arbeiders opleidt tot kunstenaars. Als kunstenaars deden de plantage-arbeiders direct hun vervreemding van het eindproduct van hun arbeid op de cacaoplantages teniet door zelfportretten van zichzelf in chocolade te laten maken. Echter, er zijn allerlei beperkingen bij de ex- en import van producten in Congo, waarvoor Martens V2 om hulp vroeg.

Kunstenaars en ontwerpers moeten niet proberen mee te dingen in de race voor technologische innovaties en commerciële toepassing, maar hebben eerder tot taak om als het geweten de ontwikkelingen te volgen en te becommentariëren.

Discussies

weblog_beeldverslag 2e workshop_strook2a

In de groepsdiscussie komt de ethische vraag aan bod: moeten ontwerpers een eed afleggen? De snelheid van technologische ontwikkeling veroorzaakt dat binnen de academies juist eerder de kritische positie geleerd wordt, in plaats van de zoveelste techniek. Onderzoek moet binnen de hogeschool altijd tot iets leiden, maar hoe staat dat tot de autonomie? Dat komt in de volgende docentenworkshop aan bod. De omgang met technologie is een van de aspecten van het menszijn.

Aan drie discussietafels wordt besproken hoe technologie in de opleiding ingebed is en waar het ideaal ligt. Bij CMD Den Bosch werd geconstateerd dat de vraag naar manieren van inbedden, of het formuleren van een ideaal, helemaal niet speelt. Er werd allereerst uit gegaan van een ontwerpproces waarbinnen de technologie eigenlijk altijd onderdeel vormt van het realiseren van een geschikt ontwerpresultaat, waarbij ten tweede ook altijd technologische experimenten plaatsvinden waar in vrije vorm bepaalde technieken worden ontdekt en geleerd. Wat prikkelend werd daarom als laatste met trots gesteld dat er geen sprake is van een kritische houding tot technologie in algemene zin en dat technologie de ontwerper dient. Ondanks dat een meer algemene bezinning op technologie overigens wel plaatsvindt in bijvoorbeeld projectbegeleiding en in een module over ethiek.

weblog_beeldverslag 2e workshop_strook4b

Bij CMD Breda is er een beweging van oplossingsgericht naar authentiek ontwerpen. De technologie is bijkomstig, maar zit wel overal in. Nadruk ligt op het experiment en reflectie (testen en maken). Probleem is dat dat aspect niet terug te vinden is in het eindexamen, dat vaak nog (te) voorzichtig is door allerlei factoren en zou het expliciet maken van de kritische reflectie nog meer gecommuniceerd moeten worden.

AKV|St. Joost heeft twee ontwikkelingen. Bij beeldende kunst wordt technologie ingezet om een deel van het menszijn te bevragen, maar het is de vraag hoe je hier geen incidentele aandacht van maakt. Bij vormgeving is technologie nu hoofdzakelijk nog een toepassing en wordt gekeken naar kritische houding, maar er is ook een vraag naar vaardigheden. Studenten moeten leren wat ze zelf kunnen en wanneer ze een expert moeten inschakelen. De template-cultuur van veel media brengt het makersschap onder druk en vraagt een andere manier van denken.

Er zijn blijkbaar al wel incidenteel samenwerkingsvormen gerealiseerd tussen CMD’s en AKV om zo elkaars expertise in te zetten, maar op organisatorisch vlak is dit nog niet gemakkelijk tot stand te brengen. Door ‘free space’ expliciet in het nieuwe curriculum in te plannen behoud je ruimte voor creativiteit en experiment.

weblog_beeldverslag 2e workshop_strook3-hoogteaangepast

Ter afsluiting werd duidelijk dat elke academie op een eigen manier omgaat met de technologie in het onderwijs. Het moet geen streven worden om die verschillen uit te vlakken, maar het is wel goed om op de hoogte te zijn van elkaars vragen en aanpak en een mogelijke uitwisseling van ervaringen tot stand te brengen.

De volgende workshop over ‘onderzoek’ staat gepland op donderdagmiddag 12 mei.
Dit is een besloten bijeenkomst. Deelnemers worden uitgenodigd op voordracht van de opleidingscoördinatoren.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 56 andere volgers