EKV – 18 nov 2016 – Lectorale redes

september 20, 2016

header-save-the-date-18-november-lectorale-redes
Expertisecentrum Kunst en Vormgeving
Dr. Michel van Dartel
Dr. Sebastian Olma

Michel van Dartel en Sebastian Olma zijn in de loop 2015 gestart als lectoren van de Avans lectoraten Mensgericht Creëren en Autonoom Maken. Inmiddels hebben beiden hun onderzoeksprogramma’s en hun kenniskring ingericht.

Op 18 november, van 14 tot 17 uur, houden de lectoren hun lectorale rede waarin zij hun visie op eigen onderzoeksprogramma’s en op het kennisdomein uiteen zetten:
Aesthetics in the Wild – Michel van Dartel
Toward an Aesthetics of Performative Defiance – Sebastian Olma

Michel van Dartel heeft een veelzijdige academische achtergrond met zwaartepunten in de cognitieve psychologie en kunstmatige intelligentie. Hij studeerde cognitieve psychologie aan de Universiteit van Maastricht met een specialisatie ergonomie en promoveerde op robotica onderzoek naar fundamentele vragen rondom waarneming en kennisrepresentatie.

Sebastian Olma begon zijn academische carrière met een interdisciplinaire studie van sociale en geesteswetenschappen aan universiteiten in Duitsland en de VS. In 2007 promoveerde hij op een analyse van creativiteit en macht in het hedendaagse kapitalisme aan het Centre for Cultural Studies, Goldsmiths College, University of London.

Het Expertisecentrum Kunst en Vormgeving (EKV) is ingericht als onderzoeksgroep van de kunstacademie AKV|St.Joost en van beide CMD opleidingen van Avans Hogeschool. Het EKV faciliteert interdisciplinair praktijkgericht onderzoek naar actuele ontwikkelingen op het gebied van kunst, design en technologie. In het onderzoek staan het maakproces en de gebruiker binnen het ontwerpproces centraal.

Aanmelden
U kunt zich via deze link direct aanmelden. Wanneer u verhinderd bent, maar wel de tekst van de rede wilt ontvangen, kunt u het digitale aanmeldformulier ook gebruiken.

Locatie
Avans Hogeschool
AKV|St.Joost
Beukenlaan 1
4834 CR Breda

Parkeren
Informatie over parkeren en een routebeschrijving vindt u op avans.nl.

Graag tot ziens op 18 november.

Met vriendelijke groet,
Femke den Boer
Penvoerend directeur van het Expertisecentrum Kunst en Vormgeving

Save the Date.
18 November 2016 – Inaugural lectures

Expertise Centre for Art and Design
Dr. Michel van Dartel: “Aesthetics in the Wild”
Dr. Sebastian Olma: “Toward an Aesthetics of Performative Defiance”

Professors Michel van Dartel and Sebastian Olma both joined Avans University of Applied Sciences in 2015. They respectively lead research groups in Human-Centred Creation and Autonomous Creation, both focusing on art and design practice. Van Dartel and Olma have developed their own research programmes and recruited fellow instructors and students to participate.

On 18 November, from 14:00 – 17:00 CET, the two professors will deliver inaugural lectures, in which each will set out his views on his own research programme and on his field of study.

Michel van Dartel has a diverse academic background with an emphasis on cognitive psychology and artificial intelligence. He studied cognitive psychology at Maastricht University, specialising in ergonomics, and earned a PhD in artificial intelligence for his robotics research involving fundamental questions about perception and knowledge representation.

Sebastian Olma began his academic career with an interdisciplinary study of social sciences and humanities at universities in Germany and the US. He received a PhD for his analysis of creativity and power in contemporary capitalism from the Centre for Cultural Studies at Goldsmiths College, University of London, in 2007.

The Expertise Centre for Art and Design (EKV) is a research centre within the Avans art academy AKV|St.Joost and the Avans multimedia design courses in Breda and ’s-Hertogenbosch. The EKV facilitates interdisciplinary applied research into current developments in the fields of art and design. Research focuses on the process of creating art, design and technology and the role of the user in that process.

Sign up
To attend, please register directly via this link. If you are unable to come but would like to receive the text of either or both lectures, you can also use the digital application form.

Location
AKV|St.Joost (Avans University of Applied Sciences)
Beukenlaan 1
4834 CR Breda

Parking
Information about parking and driving directions can be found at avans.nl

We hope to see you on November 18.

Sincerely,
Femke den Boer
Coordinating director, Expertise Centre for Art and Design


EKV – 12 mei – derde docentenworkshop

augustus 29, 2016

Beknopt verslag van de derde bijeenkomst

door Sander Jongen, theoriedocent en studieloopbaanbegeleider Beeldende Kunst (BA) AKV|St.Joost

WS3_Autonomie_Strook_1

Het thema van de derde docentenworkshop is onderzoek. In de introductie maakt lector Michel van Dartel duidelijk dat dit thema in de dagelijkse onderwijspraktijk veel voorkomt; maar wat betekent het nu eigenlijk binnen de hogeschool? In allerlei domeinen vindt er continue discussie plaats over wat goed onderzoek is en wordt er steeds geëvalueerd hoe het beter kan. Met deze bijeenkomst op donderdag 12 mei 2016 beogen de organisatoren van het EKV dan ook zeker geen consensus te bereiken over wat onderzoek binnen de hogeschool is, of zou moeten zijn, maar willen zij juist de verschillende opvattingen rond onderzoek expliciet maken zodat we binnen onze onderzoeksgemeenschap van elkaar weten welke opvattingen er bestaan.

WS3_Autonomie_Strook_2_AQ

Annemarie Quispel, theoriedocent bij AKV, OiO en promovendus aan Universiteit van Tilburg, geeft een uiteenzetting over de vragen die rond het thema onderzoek spelen. Zo woedt er al jarenlang een discussie over wat onderzoek in het HBO zou moeten zijn en worden er allerlei verschillende definities gehanteerd in het beleid van Avans, door de universitaire wereld, door de docenten en spelen er weer geheel andere aannames over onderzoek bij de studenten.

Voor deze middag introduceert Annemarie een paar centrale vragen, zoals: Wat is onderzoek? Hoe kun je onderzoekend vermogen bij studenten ontwikkelen? Wat is de rol van het lectoraatsonderzoek in het onderwijs? En wat zijn de ambities binnen het onderzoekend vermogen van de studenten? Een doel van onderzoek binnen het onderwijs kan zijn om het maakproces van de student, dat vaak een impliciete en intuïtieve aangelegenheid is, explicieter te maken. Het onderzoekend vermogen geeft dan structuur aan het maakproces, kan verdieping bieden en makers richting nieuwe thematiek doen bewegen. Maar er is ook een beperking aan wat we onderzoek kunnen noemen, want ‘verkenning’ en ‘nieuwsgierigheid’ zijn simpelweg onderdelen van het studeren en niet noodzakelijk ook onderzoek.

De verschillende vragen die Annemarie uiteenzet, worden met het publiek besproken. Bij de vraag hoe het onderzoekend vermogen bij de student ontwikkeld kan worden, wordt er opgemerkt dat Ann Van Der Auweraert in een eerdere bijeenkomst een metafoor heeft gebruikt rond de verhouding van wetenschappelijk en artistiek onderzoek. De wetenschapper / specialist graaft een specifieke kuil in de horizon van onderwerpen en doet dat zeer grondig en vele meters diep. De vormgever of kunstenaar is vaak geïnteresseerd om meerdere kuilen in de horizon te graven, die niet per se heel diep hoeven te zijn maar wel verschillende perspectieven op de thematiek geven. Iemand anders geeft aan dat onderzoek binnen de kunsten natuurlijk ook specialistisch kan zijn en wetenschappelijk onderzoek juist meer generiek.

Nog iemand uit het publiek geeft aan dat het HBO op zoek moet gaan naar een eigen definitie van onderzoek. Het HBO onderwijs zou zich juist niet moeten willen spiegelen aan het WO en heeft haar metier. Het goede en leuke van het HBO is dat naast het hoge theoretische niveau van het onderzoek, er altijd een praktische referentie aan gekoppeld is. Daarin zijn universiteiten en hogescholen complementair aan elkaar.

Hoe worden docenten en studenten bij het onderzoek van het lectoraat betrokken? De lectoren lichten toe dat er een aantal bijeenkomsten met de kenniskring en geïnteresseerde docenten worden georganiseerd. Studenten worden bij bijna alle onderzoeken binnen het lectoraat betrokken. Daarnaast denken de lectoren veelvuldig mee in visievorming en curriculumvernieuwing binnen de opleidingen en is er een nieuwe minor in ontwikkeling waarin lectoraatsonderzoek een belangrijk element vormt.

WS3_Autonomie_Strook_3_Eke

Vervolgens presenteren enkele onderzoekers van het lectoraat kort hun onderzoeksopzet en ontstaat er een dialoog met het publiek. Als eerste vertelt Eke Rebergen, docent en aankomend opleidingscoördinator bij CMD in Den Bosch, dat zijn onderzoeksvraag gericht is op de rol van autonomie in de ontwerppraktijk. Binnen de ontwerppraktijk is er altijd een gebied dat geen overlap heeft met wat vanuit de opdrachtgever wordt gewenst of geëist, maar waar wel nieuwe dingen ontstaan die van belang zijn voor de beroepscontext van de ontwerper. Eke refereert daarvoor bijvoorbeeld aan Adolf Loos, wiens teksten veel aanknopingspunten bieden om over specifieke opvattingen van autonomie voor de ontwerppraktijk na te denken. Het lectoraatsonderzoek van Eke is drieledig in opzet; een deel bestaat uit literatuurstudie, een deel uit uitdagingen en principes en binnen een derde deel worden voorbeeldcases met studenten verkend.

Uit het publiek komt de vraag waarom Eke het lectoraat nodig heeft? Zou hij dit onderzoek niet sowieso gedaan hebben? Eke antwoordt dat het lectoraatsonderzoek hem meer ruimte en vocabulaire bieden om deze thematiek binnen zijn onderwijspraktijk te ontwikkelen en hier opleidingsoverstijgend verdere verdieping en versterking te zoeken.

.WS3_Autonomie_Strook_4_Philippine

The Self as Infrastructure in Process is het centrale onderwerp van het onderzoek van Philippine Hoegen, docent aan AKV|St. Joost. Haar eigen performances zijn de basis voor het onderzoek, waarmee theoretische, praktische en discursieve vraagstukken rond ‘personhood’ worden verkend. Met dat laatste onderdeel wil ze studenten betrekken bij het doen van ‘performatief onderzoek’. Wat verstaan we onder ‘Self’ en wat is artistiek onderzoek naar die ‘Self’? De structuur van de academie gebruikt Philippine voor haar onderzoek, maar haar onderzoek maakt geen onderdeel uit van het curriculum, zodat het onderwerp non-hiërarchisch, en vanuit eigen vragen van de student kan worden opgezet. Er worden deelvragen getackeld door studenten zodat de student leert om een eigen methodiek te ontwikkelen.

Ook Philippine wordt de vraag gesteld of ze niet sowieso dit onderzoek zou hebben gedaan als het lectoraat er niet was? Nee, want het onderzoek is geen onderdeel van het lesprogramma. Daarnaast biedt de structuur van het lectoraat haar de mogelijkheid om een fotografiestudent als stagiaire nauw te betrekken bij de opzet van het onderzoek om zo de geïnteresseerde studenten goed te kunnen benaderen. Mensen uit het publiek vinden de methodiek interessant omdat het studenten in korte projecten de mogelijkheid geeft om deelvragen aan te pakken. Philippine wil beter begrijpen hoe je kennis kunt duiden die voortkomt uit dit type onderzoek.

WS3_Autonomie_Strook_6_Martine

Martine Stig, docent aan de Masteropleiding van AKV|St. Joost, heeft haar onderzoek “Vertigo” genoemd. Het is enerzijds een historische literatuurstudie; anderzijds richt haar onderzoek zich op haar eigen fotografiepraktijk. De dominantie van de ‘blik van boven’ staat centraal en hoe dit perspectief onze beeldcultuur beïnvloedt. De eerste plattegronden van vijfhonderd jaar geleden werden gemaakt met een imaginair oog van boven. Met de ontwikkeling van de luchtvaart voegde het lichaam zich bij dit oog, om er zich in de meest recente technologische ontwikkelingen weer aan te onttrekken. Denk hierbij aan drones zoals gebruikt in de Golfoorlog. Martine ontwikkelt een methode om een beeld van boven en van voren te laten samenvallen en bevraagt daarbij begrippen als ‘afstand’ en ‘alternatieve realiteit’.

Er wordt opgemerkt dat in de filosofie de blik van boven gelijk staat aan het objectieve, het onbelichaamde. Wat is je methode om juist dat subjectieve en belichaamde in dit perspectief te realiseren? Dat moet gebeuren door het beeldende onderzoek als fotograaf. Nog iemand uit het publiek merkt op dat de panoptische blik van Google ook gelijk staat aan macht, er is geen terugkijken mogelijk. Is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Martine geeft aan dat dat op dit moment nog niet het geval is, maar wellicht komt dat in een later stadium aan bod.

WS3_Autonomie_Strook_7_MarcelWander

Marcel van Brakel en Wander Eijkelboom, beide docenten aan de opleiding CMD in Breda, gaan onderzoek doen voor hun artistieke project Synaptic Theatre door middel van een ‘Sensorial Body Research Lab’. Zij willen als ontwerpers de hersenen zelf als medium gaan gebruiken, om verhalen te vertellen door gedachten te manipuleren. In het verleden hebben ze een project Sense of Smell ontwikkeld, waarin geur als communicatiemiddel diende, en bijvoorbeeld Kadafi’s laatste minuten herbeleefd konden worden. Personen ervaarden een fysieke ervaring waarbij het hele lichaam werd geactiveerd, terwijl er eigenlijk alleen met geuren werd gewerkt. Samen met universiteiten, medici en het Steunpunt Mensgebonden Onderzoek van Avans starten zij een methode om te kijken hoeveel controle je kunt hebben op het ontwerpen van via het stimuleren van het brein.

Er wordt opgemerkt dat het begrip ‘verhaal’ veel wordt gebruikt, maar wat wordt daaronder verstaan? Het gaat eigenlijk vooral om een ervaring of een beleving en hoe dat als medicijn kan werken doordat het een gebied aanspreekt waar je cognitief geen controle over hebt. Marcel en Wander willen op zoek gegaan naar de juiste ‘grammatica’ om een verhaal / ervaring / beleving te kunnen ontwikkelen door middel van geuren en hormonen. Er zijn allerlei interessante vragen die het voorstel opwerpt en dwarsverbanden die de moeite van het verkennen waard zijn.

WS3_Autonomie_Strook_5_Erik

Gebruikerschap is het thema van Erik Hagoort, docent aan de Masteropleiding van AKV|St.Joost, die onderzoekt hoe je daar onderzoek naar kunt doen. De publicatie Usership van Stephen Wright voor het van Abbe museum dient als uitgangspunt om het vocabulaire aan te vullen. Maar Erik is zich ook bewust van de glibberigheid van de term ‘gebruikerschap’ en stelt zich de vraag hoe je gebruikerschap serieus kunt onderzoeken? Er ontstaan zo een boel vragen, die hij samen met een achttal docenten, studenten en alumni wil gaan verkennen in vijf bijeenkomsten. Dit proces moet resulteren in een digitale publicatie en een publieke bijeenkomst. Er wordt geen theoretisch model ontwikkeld of op zoek gegaan naar definities door andere begrippen er tegenover te zetten, zoals Wright doet. Eigenlijk wil Erik onderzoek doen op gebruikschappelijke wijze; dat wil zeggen onderzoek om te gebruiken, het produceren van gebruikerschap, gebruikers die inhoud genereren (users generated content) en ga zo maar door.

Er wordt gevraagd of deze methode vergelijkbaar is met Open Source? Jazeker, zoals gezegd wordt het onderzoek niet ingezet om tot een theoretisch model te komen. Eerder zal sprake zijn van een performatief karakter tijdens de bijeenkomst, een beetje vergelijkbaar met de benadering van Philippine, waarop het gebruikerschap wordt benaderd. Een andere vraag is dat in het Engels het gebruik (Users) bijna uitsluitend geassocieerd wordt met drugs en technologie, is dat nog een onderdeel van het onderzoek? Niet in eerste instantie, geeft Erik aan. Ook de historische ontwikkeling die iemand anders uit het publiek aanhaalt, vraagt waarschijnlijk meer tijd en blijft beperkt tot een vraag van een chronologie. Maar de verschuiving van gebruiker naar consument is zeker interessant.

De diversiteit aan onderzoeksvoorstellen laat zien dat er allerlei antwoorden mogelijk zijn op wat onderzoek kan zijn. Het blijkt waardevol om geïntroduceerd te worden aan de verschillende onderzoeken en deze gezamenlijk te voorzien van uitdagend en respectvol commentaar. Na de zomer worden de workshops voortgezet.


EKV – PhD thesis Annemarie Quispel

mei 27, 2016

DFA_AQ_coverimage

Data for all. How professionals and non-professionals in design use and evaluate information visualizations
PhD Thesis – Annemarie Quispel
Tilburg University / Avans University of Applied Sciences, 2016

Thus far, the study of Information visualization mostly focused on visualizations allowing an accurate and efficient reading of data. Numerous studies have investigated features that enhance their effectiveness. Far less is known about what makes a ‘good’ information visualization for a broad audience. What criteria do designers use for such visualizations? To what extent do they consider adequacy, understandability, and attractiveness important? And what is the effect of using novel visualization techniques and pictorial elements on their understandability and attractiveness? Similarly, little is known about the way the general public understands and appreciates these visualizations. To what extent do they share opinions with the designers about the importance of clarity and attractiveness, and about what makes a visualization attractive?
This is what this thesis is about: information visualizations for a broad audience: how are they produced, understood, and evaluated by their pro­ducers, design experts, and by their audience, laypeople in design? What are the main criteria, and (how) do these criteria differ for designers and lay­people? The visualizations we focus on differ in degrees of abstractness, with a main focus on the visualization of abstract graphs, visualizing quantities. In the remainder of this chapter we first discuss the societal and theoretical relevance of the thesis. Subsequently, we describe the methods we used and introduce the studies that are described in the remaining chapters.

In this thesis, we address four research questions regarding data visualizations for a broad audience:
1 What is the importance of functional and aesthetic criteria in judging visualizations?
2 What makes popular information visualizations attractive?
3 What makes information visualizations usable?
4 How do designers and laypeople differ in their understanding and aesthetic preferences?
In this section we discuss the societal relevance of this research.

Investigating information visualization is relevant for a number of reasons, which are discussed more elaborately below: enormous amounts of data need to be visualized for the general public; there is a lack of knowledge about the way ‘popular’ visualizations are understood and appreciated; information design and designers are increasingly important, but little is known about design practice. Gaining more insight into information visualization would be beneficial for design education and practice, and, eventually, the general public.

People are facing massive amounts of information every day. Architect and graphic designer Richard Saul Wurman (2012) states that much of this infor­mation concerns raw data that somehow need to be transformed to become meaningful information. Data have become widely available, thanks to rapid developments in information technology, but also thanks to journalists and bloggers demanding freedom of data, and to governments striving for trans­parency, as data journalist Simon Rogers of The Guardian describes (2012). For example, Barack Obama opened a portal for government data in 2009, offering public access to over 188.989 data sets (www.data.gov) about business, education, climate, health, et cetera. This initiative has been followed by several other countries, including the UK. For example, the national newspaper The Guardian offers the full datasets behind its news stories, which attract a million page impressions a month.

Much of the data that we are bombarded with can best be understood by visualizing them (Yau, 2011). This is being done by an increasing number of designers, including many experts in graphic design. The term ‘graphic design’ refers to both the act and the final product of conceiving, planning, selecting, organizing and shaping a series of elements – usually a combination of text and images – for the creation and presentation of visual communication (Frascara, 2004). The term ‘graphic’ in graphic design refers to the printing techniques used to produce and distribute products such as books, magazines, news­papers and posters, but graphic design also encompasses a wide range of activities and products typical for the ‘digital age’, like the design of websites, apps, and information visualization. We see a growing number of information visualizations being published in mass media. We also see a growing variation of such visualizations. Designers, whose job is the ‘conception and realization of new things’ (Cross, 1982), do not confine themselves to conventional visualization techniques (e.g. bar and pie graphs), but develop novel ways of visualizing information (as in Figure 3). The question then arises to what extent these novel types of information visualizations are understood and appreciated by their audience of laypeople. What makes them effective for everyday tasks to be performed by a broad, non-expert audience, such as assessing which political party has won the elections, or judging how many more refugees are going to be allowed in the EU compared to a year before, as in Figure 1? Gaining insight into the way these visualizations are understood and appreciated by their audience would be beneficial for designers and, eventually, for their audience.

Little is known about designers’ ways of working. Designers have a great deal of responsibility in the way information is visualized to inform a general audience about, and to engage them in developments that affect their life and society. Moreover, design has become a significant economic sector. According to the Dutch central bureau of statistics (CBS) there are about 47.000 registered designers in the Netherlands in 2007, about half of whom received design education, mostly in graphic design. Unlike scientists, graphic designers are not used to document their ways of working. The graphic design field lacks a self-definition that can support and integrate research (Storkerson, 2006). Further, designers are used to work on the basis of intuition and experience, rather than explicit knowledge (Polanyi, 1966; Cross, 1982; Schön, 1983). Designers, just like most other professional practitioners, are not used to explicitly document their methods and professional practice. As Friedman (2003) states, designers could benefit from the insights that studies into the graphic design practice can provide, as these could enable them to move from solving one unique case after another to broader explanatory principles and solutions for similar kinds of problems.

This thesis contributes to a better understanding of the designers’ practices, of the quality criteria used by designers and their audiences, and of design characteristics determining the usability and attractiveness of such information visualizations.

Download: PDF-version of thesis Data for All

For further questions, to contact Annemarie Quispel or to order the printed publication:

Email the Expertcentre EKV or call the EKV-office: Wilma Diepens – +3188 5 257 370 (monday to wednesday).


EKV-related: MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS

mei 24, 2016

leadImage_large

MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS

A collection of essays by Douglas Coupland. Edited and with foreword by EKV-lector Michel van Dartel.

The future is no longer the distant, mythical condition it once was to us. Technology has placed it at our fingertips. It wasn’t so long ago that we marveled at devices that could tell us where we were at that exact moment; it became odd when they recently began to tell us where we would soon be. The most important issue, however, might not be whether a future coproduced and made readily available to us by technology is good or bad, but rather how we want to relate to it as human beings.

The three essays by Douglas Coupland collected in this volume address this question and describe how the technological advances that are currently radically revising our notion of the future are shaping us as much as we are shaping them.

MACHINES WILL MAKE BETTER CHOICES THAN HUMANS is now available in the V2_Webshop.


EKV-related: IBA Campus 2016

april 22, 2016

(6) Speisesaal 2008 (FOTO Dötsch LRA Apolda UDB)

Eiermannbau, Apolda, BRD

After 22 years of disuse, it is time to give this special monument of industrial modernism a proper purpose. Not just one good idea is needed but the ideas and imagination of many.

The new annual IBA Campus brings together experts from different disciplines and nationalities as a temporary international collective. Each year, Internationale Bauausstelling (IBA) will work together on an IBA project location in Thüringen. In 2016, the IBA Campus will focus on and be based in the Eiermannbau in Apolda. The results will be presented as part of the IBA LeerGut Conference on 30 June 2016.

In 2016, IBA will be awarding scholarships to twelve participants. Be part of the IBA process and join in shaping the future of Thüringen. Students and graduates from the fields of art, design, architecture, urban planning and economics are welcome to apply, as are lateral thinkers from other disciplines interested in taking part in a real-world experiment. Join us in reactivating the Eiermannbau for Apolda.

Team 2016

René Hartmann, Wüstenrot Stiftung Andreas Krüger, Belius Stiftung Christof Mayer, Raumlabor Berlin und others …

More info: IBACampus_Aufruf

Foto: Speisesaal 2008, Dötsch LRA Apolda UDB


EKV-related: De geassembleerde mens door Joke Robaard en Camiel van Winkel

april 12, 2016

video+still+Assemblage+1

De geassembleerde mens is een gezamenlijk project van Joke Robaard en Camiel van Winkel. De video-installatie Assemblage, is t/m 6 mei 2016 te zien op twee beeldschermen in de studiezaal van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Robaard werkte t/m 2009 als kenniskringlid in het lectoraat van Camiel van Winkel in Avans Hogeschool aan de publicatie van rechtsonder naar linksboven.  64 pagina’s leparello met een overzicht van ong 200 mode-advertenties geordend op thema’s en geanalyseerd.De geassembleerde mens kan worden gezien als een logisch vervolg op deze (nog steeds leverbare) publicatie.

Meer info: From lower right to upper left
Een interview met Joke Robaard en Camiel van Winkel

De videoinstallatie Assemblage is tot en met 6 mei op werkdagen te zien in de studiezaal van Het Nieuwe Instituut. Verder spreken Robaard en Van Winkel op het symposium Fashion and Philosophy, georganiseerd door Jacques Serrano en Marie-Aude Baronian, dat op 22 en 23 april plaatsvindt in Hotel Droog en aan de UvA.


EKV/AM – 17 april – Dérive Berlin

april 5, 2016

IMAD_poster

Residency
Dérive Berlin is a 2 months residency awarded by Belius Foundation Berlin in collaboration with the Research Centre for Art & Design (CAD), Avans University of Applied Sciences, Breda/Den Bosch. The award is granted twice annually; each time to one student currently enrolled in Avans University’s Art Academy St. Joost or in one of the Communication and Multimedia Design programs. Dérive Berlin honours excellent performance that – in the eyes of the selection committee – qualifies the candidate for the program.

Imad Gebrayel – selected to work in Berlin in March/April 2016

Through this residency, I would like to explore urban adaptation systems Berlin is organically generating as a reaction to the demographic change and the flow of refugees. Also, I am planning to work with these minorities on a process that expresses a lot of their everyday dynamics maximizing potentials for a fully inclusive citizenship.

IMAD_facebook

More info: https://www.facebook.com/mystoriesmyterms