LBK – Martha Rosler: Culture Class

september 11, 2013

th_b6013a5beacabcb919d3a6564ae91b58_eflux_roslercover_final_jr_web13

In november 2010 verzorgde Martha Rosler de derde Hermeslezing met het thema ‘Culture Class: Art, Creativity, Urbanism’.  Recent verscheen bij E-flux een essay-bundel met teksten die Martha Rosler schreef in de periode 2010-2012 onder de titel ‘Culture Class’.

De tekst van de Hermeslezing is nog digitaal beschikbaar via het archief van de website www.hermeslezing.nl U kunt ook nog een gedrukt exemplaar van de lezing opvragen via bureau EKV/masters van AKV|St.Joost (Wilma Diepens – wjm.diepens@avans.nl).

Meer over de essaybundel van E-flux: http://www.e-flux.com/books/culture-class/

Meer over de essaybundel uit Metropolis M: http://metropolism.com/boeken/martha-rosler/

Martha Rosler: Culture Class
September 2013, English 10.8 x 17.8 cm, 256 pages, cover design by Liam Gillick ISBN 978-1-934105-81-8

What makes a city successful today? Over the past few decades, artists—and more broadly, clusters of creative people—have become central to narratives of urban revitalization and civic growth in cities around the world.

In many locales, artists in search of cheap rent constitute the vanguard wedge of gentrification. Yet the so-called creative class includes whole categories of knowledge workers enjoying far less precarious conditions than artists, and it is their affluence that continually displaces both working-class residents and artists alike. In the creative city, the branding of subcultural movements, the translation of the gritty into the quaint, and the professionalization of the arts combine to produce a user-friendly social interface dressed in the trappings of former bohemian artistic milieus.

How do we confront the soft violence of an urban landscape that adapts itself to successive booms and busts by dissolving or willfully suppressing class distinctions to the point of amnesia? Has a contradiction emerged between the declared politics of artists and their actual role in flows of global capital that course through biennials and art fairs? Can we take the broad commitment of so many artists to the Occupy movement as a signal of their desire to mobilize and redirect their energies back toward social justice?

This collection of essays written between 2010 and 2012 presents Martha Rosler’s most extensive update to her consideration of the role of artists in world culture and in urban gentrification since her landmark 1989 project If You Lived Here….

With an introduction by Stephen Squibb

Edited by Julieta Aranda, Brian Kuan Wood, Anton Vidokle


LBK – reader originaliteit

januari 18, 2013

omslag_reader_originaliteit

Reader originaliteit
samenstelling: Bas van den Hurk, Camiel van Winkel

Originaliteit is een kat met negen levens. Het is een begrip dat, zeker in de twintigste eeuw, al talloze keren is aangevallen en afgeschreven. Keer op keer werd het voor dood achtergelaten op het slagveld van de theorie, maar steeds opnieuw bleek het te herleven.

Het begrip originaliteit is met andere woorden iets dat een lange geschiedenis kent in de moderne tijd, iets dat diep in ons ligt verankerd, maar dat op allerlei niveaus en op allerlei terreinen onder druk is komen staan, met name vanaf het begin van de twintigste eeuw. De vragen die vanuit deze ontwikkeling in deze reader naar voren komen zijn: wat is originaliteit? Hoe verhouden wij ons daartoe? Hoe heeft de kritiek op het begrip zich ontwikkeld? En wat is de hedendaagse status ervan?

De teksten in deze reader zijn geschreven vanuit verschillende gezichtspunten. Er is een korte tekst van Duchamp uit 1917 over de ready-made ‘Fountain’ ; een essay van Roland Barthes over auteurschap uit 1967; een kunsttheoretische tekst van Rosalind Krauss uit 1990 over de ontwikkeling van het postmoderne museum; een tekst van filosoof Boris Groys uit 1996 over de tautologie; en een tekst van Jan Verwoert uit 2007 over appropriatie. In deze teksten wordt het begrip originaliteit vanuit verschillende disciplines, zowel historisch als theoretisch, geduid, ontleed en bekritiseerd. Deze verzameling teksten bevraagt daarmee onze vaak spontane neiging tot het waarderen van het originele, een waardering die overigens nog zeer levend is bij het grote publiek en bij de meeste critici, sponsors, subsidieverstrekkers en opdrachtgevers.

Inhoud:

Marcel Duchamp
The Richard Mutt Case (1917)
pp 248 uit: Art in Theory 1900-1990. An Anthology of Changing Ideas Oxford/Cambridge: Blackwell 1992

Roland Barthes
De dood van de auteur (1967)
pp 113-122 uit: Het werkelijkheidseffect Groningen: Historische Uitgeverij 2004

Rosalind Krauss
De culturele logica van het laat-kapitalistische museum (1990)
pp 1-12 uit: Kunst en Museumjournaal 2, nr. 3 1990

Boris Groys
De toekomst is aan de tautologie (1995)
pp 132-140 uit: Nexus nr. 16 1996

Jan Verwoert
Living with Ghosts (2007)
pp 127-148 uit: Tell Me What You Want, What You Really, Really Want Rotterdam/Berlin: Piet Zwart Institute & Sternberg Press 2010

Te koop in de academiewinkels Breda en Den Bosch.
Verkoopprijs: 3,00 euro voor studenten van Avans Hogeschool.

Deze reader wordt – op voorschrift van de licentiehouder stichting PRO – uitsluitend verkocht aan studenten van Avans Hogeschool.

Heeft u vragen over deze reader; klik op: Zend email naar het lectoraat
of bel het lectoraatsbureau: Wilma Diepens – 088 5 257 370 (ma/di/wo)


LBK – reader Avant-garde

januari 18, 2013

omslag_reader avant-garde

Reader Avant-garde
samenstelling: Bas van den Hurk, Camiel van Winkel

We kunnen de avant-garde grofweg in drie periodes indelen: de historische avant-garde, waarvan de definiëring en de tijdsbepaling het lastigst zijn; de Amerikaanse avant-garde die we situeren direct na de Tweede Wereldoorlog; en de neo‑avant-garde, die we voornamelijk situeren in de jaren 1960 en 1970.
De eerste tekst is van Clement Greenberg uit 1939; hij beschouwt de maatschappelijke positie van de kunst vanuit het standpunt van haar autonomie. Avant-garde wordt hier tegenover kitsch geplaatst.
De tweede tekst, geschreven door Rosalind Krauss in 1981, kijkt naar de relatie tussen de begrippen avant-garde en originaliteit.

In de derde tekst (uit 1996) neemt Hal Foster de relatie tussen de historische avant-garde en de neo-avant-garde onder de loep. De vierde tekst is meer filosofisch van aard; hierin beschouwt Alain Badiou de avant-gardes vanuit het overkoepelend perspectief van de twintigste eeuw als geheel. De vijfde tekst tenslotte is een essay van Frank Vande Veire uit 2001, waarin allerlei vooroordelen en gemeenplaatsen met betrekking tot kunst aan de kaak worden gesteld.

Wat is de actualiteit van het begrip avant-garde? Het idee van kunst die ‘voor de troepen uit loopt’ en een nieuwe tijd aankondigt, is in de loop van de twintigste eeuw zwaar bekritiseerd geweest, totdat het, rond het midden van de jaren 1980, definitief achterhaald leek te zijn. In plaats daarvan ging het in de kunst over de onmogelijkheid van vooruitgang, de onmogelijkheid om nog nieuwe terreinen te ontdekken. De nadruk kwam te liggen op het hergebruik van bestaande beelden. De kunst ging er prat op juist niet origineel te zijn. Duidelijk is dat de grote utopische verwachtingen die vaak aan de avant-garde gekoppeld waren, niet konden worden waargemaakt. Het lijkt dus vrijwel uitgesloten dat avant-gardes zoals we die in de twintigste eeuw gekend hebben ooit nog zullen terugkomen. De teksten in deze reader lijken dit ook te beamen. Toch sijpelt er zo hier en daar een ander idee en een ander gevoel door de teksten naar buiten.

Inhoud:

Clement Greenberg
Avant-Garde and Kitsch (1939)
pp 5-22 uit: Clement Greenberg. The Collected Essays and Criticism Volume 1 Chicago/London: The University of Chicago Press 1986

Rosalind Krauss
The Originality of the Avant-Garde (1981)
pp 151-170 uit: The Originality of the Avant-Garde and Other Modernist Myths Cambridge, Massachusetts: The mit Press 1986

Hal Foster
Who’s Afraid of the Neo-Avant-Garde?
pp 1-33 uit: The Return of the Real. The Avant-Garde at the End of the Century Cambridge, Massachusetts: The mit Press 1996

Alain Badiou
Avant-gardes (2000)
pp 168-188 uit: De twintigste eeuw Kampen: Uitgeverij Ten Have 2006

Frank Vande Veire
Een gift aan levende doden. Over het kunstwerk als publiek geheim
pp 19-23 uit: De Witte Raaf nr. 101 jan-febr 2003

Te koop in de academiewinkels Breda en Den Bosch.
Verkoopprijs: 4,50 euro voor studenten van Avans Hogeschool.

Deze reader wordt – op voorschrift van de licentiehouder stichting PRO – uitsluitend verkocht aan studenten van Avans Hogeschool.

Heeft u vragen over deze reader; klik op: Zend email naar het lectoraat
of bel het lectoraatsbureau: Wilma Diepens – 088 5 257 370 (ma/di/wo)


LBK – reader autonomie en engagement

januari 18, 2013

omslag_reader_autonomie_engagement

Autonomie en engagement
samenstelling: Erik Hagoort, Camiel van Winkel

Weinig begrippen in de kunst doen de gemoederen zo hoog oplopen als autonomie en engagement. En dat terwijl betekenis en gebruik van deze termen aan inflatie onderhevig zijn. Op tekstbordjes in musea, in catalogi en in menige recensie worden ze gebruikt als schijnbaar veelbetekenende etiketten. Kunstenaars gebruiken ze in hun artist’s statements en op hun blogs en websites. Een kunstenaar is kennelijk autonoom of geëngageerd. Zo deelt men de kunst in tweeën.

Deze reader presenteert van vijf auteurs visies over autonomie en engagement in de kunst. De teksten van Rudi Laermans, Jeroen Boomgaard en Dieter Lesage zijn polemische stellingnames, bedoeld om de meningsvorming op scherp te zetten. De teksten van Jacques Rancière en Theodor Adorno bieden fundamentele visies over de grondslagen van het denken over autonomie en engagement in de kunst.

Rancière probeert met zijn filosofische categorie le partage du sensible af te komen van de volgens hem overdreven waarde die aan de noties autonomie en engagement worden gehecht. Adorno hamert in zijn Aesthetische Theorie juist op het cruciale belang van de autonomie van de kunst. Rancière’s denken is actueel en krijgt veel respons. Het denken van Adorno lijkt, doortrokken van cultuurpessimisme van na de Tweede Wereldoorlog, niet meer van deze tijd en vindt nog maar weinig weerklank. Adorno stelt met zijn theorie de vraag hoe kunst zich verhoudt tot rechtvaardigheid. Kan kunst werkelijk rechtdoen aan onrecht? Die vraag kunnen we, ook met Rancière, niet van ons afschudden en blijft in het huidige debat over autonomie en engagement een rol spelen.

Inhoud:

Jacques Rancière
Het delen van het zintuiglijk waarneembare. Esthetiek en politiek
pp 15-26 uit: Het esthetische denken Amsterdam: Valiz ism Stichting Plume 2007

Theodor W. Adorno
Engagement
pp 38-53 uit: Yang vol. 36 nr. 1 2000

Jeroen Boomgaard
Radicale autonomie. Kunst ten tijde van procesmanagement
pp 30-39 uit: open nr. 10 2006

Rudi Laermans
Artistic Autonomy as Value and Practice
pp 125-138 uit: Being an Artist in Post-Fordist Times Rotterdam: nai Publishers 2009

Dieter Lesage
Kunst na het einde van de geschiedenis
pp 80-92 uit: Reflect #01 Nieuw engagement in architectuur, kunst en vormgeving Rotterdam: nai Uitgevers 2003

Te koop in de academiewinkels Breda en Den Bosch.
Verkoopprijs: 3,00 euro voor studenten van Avans Hogeschool.

Deze reader wordt – op voorschrift van de licentiehouder stichting PRO – uitsluitend verkocht aan studenten van Avans Hogeschool.

Heeft u vragen over deze reader; klik op: Zend email naar het lectoraat
of bel het lectoraatsbureau: Wilma Diepens – 088 5 257 370 (ma/di/wo)


LBK – 13 april – Een / A Rosa Poëtica

maart 26, 2012

OMP46 / Cabinet project
Een / A Rosa Poëtica
A one-act play in eight scenes

Ad van Rosmalen wrote this one-act play on the basis of the lives of the the four members of the Rosa artists collective. On this stage, where creative art crosses paths with that of the art of life, A Rosa Poëtica pleads the case for a radical sociability. Artistic power lies in the communication that ensues from the readiness to place your very essence on the agenda – enabling others to understand that essence when they listen.

Personal characteristics and alien ones show their potency – the potency of authentic doubt – at the point when the characters lose themselves in the dilemma between conservative, self-absorbed autonomy, and progressive, dynamic refinement.

‘Understanding’ in the double meaning of the word – in the sense of both compassion and of comprehension – determines the rapport of the actor, character and audience (or reader). The script unfolds as a plea for radical and shared integrity: subjective, multiform and, most importantly, loyalty to the personal point of departure.

Exhibition:
Curator and production: Ellen Zoete i.c.w. Rosa’s
Managing directors: Freek Lomme and Ellen Zoete
Realization script in film for exhibition: Nick Meehan

Publication:
Editors: Ad van Rosmalen and Freek Lomme
Final Editing: Ad van Rosmalen and Ellen Zoete
Texts by: Camiel van Winkel, Ad van Rosmalen, Rosa Foundation (artists Arjan Janssen, Simon Kentgens, Iris Bouwmeester and Thomas Bakker)
Graphic design publication: Remco van Bladel and Barbara Hennequin

Made possible thanks to:  BKKC/Province of North Brabant and AKV|St.Joost – Expertisecentrum Kunst en Vormgeving

Meer informatie?

http://www.onomatopee.net/

of: zend een email naar het Expertisecentrum Kunst en Vormgeving.
Wilma Diepens (ma/di/wo) 088 5 257 370

foto: Fieke van Berkom


LBK – onderzoeksrapport ‘De hybride kunstenaar’

maart 8, 2012

Onderzoeksrapport ‘De hybride kunstenaar’ nu beschikbaar

Onder grote publieke belangstelling is op woensdag 7 maart in Hogeschool Sint-Lukas Brussel het onderzoeksrapport De hybride kunstenaar van Camiel van Winkel, Pascal Gielen en Koos Zwaan gepresenteerd. In dit rapport beschrijven de onderzoekers de beroepspraktijk van drie generaties afgestudeerden van beeldende kunstopleidingen in Nederland en Vlaanderen. Deze praktijk blijkt in toenemende mate in het teken te staan van een hybride vermenging van autonome en toegepaste artistieke werkzaamheden.

Download het rapport via deze link: EindrapportHybridiseringNLBE.pdf.

Een gedrukt exemplaar kost vijf euro en is op te vragen door een email te sturen aan Wilma Diepens.

Dit project is een samenwerking tussen het Lectoraat Beeldende Kunst van AKV|St. Joost (Avans Hogeschool), ’s-Hertogenbosch, en het lectoraat Kunstpraktijk in de Samenleving, Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Tilburg.

Onderzoekspartners:
AKV|St. Joost (Avans Hogeschool), ’s-Hertogenbosch/Breda;
BAM Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst, Gent;
Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Tilburg;
Hogeschool Sint-Lukas Brussel (W&K);
Mondriaan Fonds (voorheen Fonds BKVB), Amsterdam.

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door personele en logistieke ondersteuning vanuit de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen; Sint-Lucas Beeldende kunst, Gent; en de Universiteit van Amsterdam.


LBK – 7 maart – symposium (herinnering!)

februari 23, 2012

Symposium De hybride kunstenaar
woensdag 7 maart 2012, 13.30 uur – 17.30 uur

LOCATIE
Campus Sint-Lukas Brussel, Paleizenstraat 70, 1030 Brussel

INTRODUCTIE
De hedendaagse beeldend kunstenaar voert in toenemende mate een gemengde beroepspraktijk, waarin autonome en toegepaste projecten elkaar afwisselen. Deze artistieke ‘hybridisering’ is in kaart gebracht in een omvangrijk Nederlands-Vlaams onderzoeksproject onder leiding van Camiel van Winkel en Pascal Gielen.
Tijdens een symposium dat op 7 maart 2012 plaatsvindt op Sint-Lukas Brussel, zullen de uitkomsten van dit onderzoek worden gepresenteerd en ter discussie gesteld. Een van de centrale vragen is in hoeverre de kunstopleidingen in Vlaanderen en Nederland hun profiel zouden moeten aanpassen aan de eisen van de hybride kunstpraktijk.

Over het onderzoeksproject
Het onderzoek behelst een analyse van de toenemende hybridisering van de artistieke praktijk zoals die zich de laatste 35 jaar heeft voorgedaan. Het bevat een unieke verzameling empirische gegevens over het beeld dat drie generaties Nederlandse en Vlaamse kunstenaars van zichzelf en van hun beroepspraktijk hebben, naast gegevens over de wijze waarop zij hun tijd besteden en hun geld verdienen, over de maatschappelijke en culturele inbedding van de beeldende kunst, en over de wisselwerking tussen kunstpraktijk en kunstonderwijs.

Tijdens het symposium zullen vertegenwoordigers van het kunsten- en beleidsveld reageren op de analyse van Pascal Gielen en Camiel van Winkel en op de aanbevelingen die zij doen. De sprekers komen aanbod tijdens twee panelgesprekken.

PANELGESPREK 1
René Bosma (AKV|St.Joost, Breda/’s-Hertogenbosch),
Willem De Greef (Hogeschool Sint-Lukas Brussel),
Luc Pien (Sint-Lucas Beeldende kunst, Gent),
Erik Ubben (KASK Antwerpen),
Rien van der Vleuten (Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Tilburg).

PANELGESPREK 2
Yamila Idrissi (Vlaams Parlement, SPa),
Madeleine van Lennep (Mondriaan Fonds, Amsterdam),
Ann Olaerts (Adviseur Onderwijsminister Pascal Smet),
Bart Verschaffel (Universiteit Gent),
Huib Haye van der Werf (Stichting Kunst en Openbare Ruimte, Amsterdam).

DAGVOORZITTER
Koen Brams

INSCHRIJVEN
Deelname aan het symposium is gratis, maar inschrijven is verplicht.
Via deze link

Meer informatie?
Bel of zend een email naar het Expertisecentrum Kunst en Vormgeving.
Wilma Diepens (ma/di/wo) 088 5 257 370

ORGANISATIE

Onderzoekspartners
AKV | St. Joost (Avans Hogeschool), ’s-Hertogenbosch/Breda
BAM Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst, Gent
Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Tilburg
Hogeschool Sint-Lukas Brussel (W&K)
Mondriaan Fonds (voorheen Fonds BKVB), Amsterdam

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door personele en logistieke ondersteuning vanuit de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen; Sint-Lucas Beeldende kunst, Gent; en de Universiteit van Amsterdam

Over de onderzoeksresultaten
Het onderzoeksproject schetst een beeld van de visie die drie generaties Nederlandse en Vlaamse kunstenaars van zichzelf en van hun beroepspraktijk hebben, naast gegevens over de wijze waarop zij hun tijd besteden en hun geld verdienen, over de maatschappelijke en culturele inbedding van de beeldende kunst en over de wisselwerking tussen kunstpraktijk en kunstonderwijs.

Over het bronnenmateriaal
De onderzoeksresultaten zijn gestoeld op een unieke verzameling empirische gegevens. Drie leeftijdscohorten van vrije/autonome beeldend kunstenaars die sinds 1975 afstudeerden aan kunsthogescholen van Nederland en Vlaanderen werden bevraagd in een onderzoek dat zowel kwantitatief als kwalitatief was.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 49 andere volgers